Site Loader

Geschiedenis wordt voor verschillende doelen gebruikt. Geschiedenis wordt gebruikt om argumenten kracht bij te zetten, geschiedenis wordt ook gebruikt om willekeurige feitjes rond te gooien om te laten zien hoe intelligent iemand is, triviant kennis noemde wij dat op de opleiding. Echter kan het vak geschiedenis worden ingezet voor de ontwikkeling van de persoonlijke identiteit of de collectieve identiteit (Wilschut & Straaten, 2013). Ook kan het vak geschiedenis worden gezien als een verzameling van voorbeelden van het menselijke gedrag. Zo heeft de docent geschiedenis veel meer voorbeelden over goed en slecht gedrag dan iemand die alleen maar kennis heeft van de eigentijd (Wilschut & Straaten, 2013). Daarnaast wordt een docent geschiedenis in opleiding getraind tot het beoordelen van bronnen op verschillende manieren. Deze vaardigheden komen goed van pas als het gaat over het vaardig worden in het beoordelen van nieuws (Wilschut & Straaten, 2013).

Het is dan ook vanuit dit besef dat een geschiedenis docent zeer goed in staat is om het vak burgerschap te geven. Burgerschap is een attitude.  Studenten en leerlingen leren het beste doordat de stof wordt aangeboden op hun eigen niveau. Het leren van een student of een leerling vindt niet alleen plaats op school maar ook daarbuiten. Hierdoor is het belangrijk dat de belevingswereld van de studenten niet wordt vergeten. Studenten en leerlingen hebben een docent nodig die hun begeleidt tijdens hun leerproces en de leerstof relevant maakt voor de leerling of de student. Hiervoor is het belangrijk dat er op de leerstof wordt gedifferentieerd. Dit gegeven komt vooral terug in de NT2-didactiek. Bossers en Kuiken (2015) gaan er van uit wil een student of leerling een tweede taaal leren, dan moet het wat en hoe duidelijk worden, maar ook welke ondersteuning welke student of leerling nodig heeft en welk resultaat belangrijk is. Al deze kenmerken komen dan terug in de lesdoelen. Willen leerlingen en studenten optimaal leren dan is het nodig dat de docent de ruimte geeft voor de eigenontwikkeling maar ook sturing en controle waar nodig. De student of de leerling geeft zelf aan wat het graag zou willen leren en binnen de kaders bepaalt de student of de leerling zelf hoe en wat het leert (Wal & Wilde, 2011). Hierbij is het belangrijk dat de docent weg gaat uit de rol van kennisoverdrager en instructeur maar meer in de rol gaat zitten van begeleider en leer- en ontwikkelingsprocessen. Voor mij is het belangrijk dat de docent meer kijkt naar de student of leerling die in het lokaal zit en niet kijkt naar wat de docent graag zou willen zien of horen van de student of leerling. Aandacht voor de individuele leerling, dat is waar het mij om gaat.

Hierbij is het gedrag van de docent vooral gericht op de individuele mogelijkheden van de student. Maar ook is het belangrijk dat de docent het leerproces monitort en bijhoudt. Wat hebben de studenten of de leerlingen gedaan? Is het persoonlijke doel gehaald? Onderwijs afgestemd op de student of leerling. De docent in de coachende rol houdt vooral in dat de docent helpt in de ontwikkeling van de student en de leerling op basis van de juiste vragen te stellen. Vragen als; waar loop je in vast? Wat wil je daarmee bereiken? Ben je tevreden over het effect? Wat ga je de volgende keer anders doen (Slooter, 2010)?

Een goede docent kan ook goed samenwerken met collega’s. Een docent die goed kan samenwerken draagt bij aan het goed functioneren van het docententeam. Een goede docent draagt bij aan een veilig en open klimaat binnen het team. Het is belangrijk dat een docent hieraan bijdraagt omdat dit het ook mogelijk maakt voor docenten om van elkaar te leren. Het is ook belangrijk voor de studenten dat de docenten goed met elkaar kunnen omgaan. Dit omdat als er wordt gewisseld van coach dat de overdracht zo soepel mogelijk verloopt. Een goede docent stelt vragen aan zijn collega’s, werkt samen door hulp te bieden en zorgt ervoor dat het werk klimaat zo veilig mogelijk is voor iedereen. Veiligheid binnen het docenten team waarin in inclusiviteit voorop staat. Voor mij is dat de onderlinge verbondenheid tussen de docenten en de studenten. Een inclusieve organisatie draagt bij aan het gevoel dat mensen oog hebben voor elkaar en elkaar zien.

Post Author: Fleur Eemsing

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *